Naar de inhoud

Woorden per letter

vangnetwijzer.nl · het vangnet van A tot Z

WW-uitkering berekenen: hoeveel krijgt u in 2026?

Bijgewerkt op 3 november 2026

Rekenhulp WW

Uw loon voor de sociale verzekeringen in het jaar voordat u werkloos werd, met vakantiegeld.

Van 1 tot en met 12. De rekenhulp rekent met gemiddeld 21,75 werkdagen per maand; de UWV telt de echte werkdagen.

Laat leeg als u naast de WW niets verdient.

Hebt u aan de eisen voldaan?

Met deze gegevens is uw WW ongeveer € 2.610,00 bruto per maand met vakantiegeld, daarna € 2.436,00, 11 maanden lang.

Dagloon (sv-loon gedeeld door 261 dagen)
€ 160,00
WW-maandloon (dagloon keer 21,75)
€ 3.480,00
Eerste 2 maanden (75%)
€ 2.610,00
Daarna (70%)
€ 2.436,00
Duur van de WW
11 maanden

Dit is een schatting van de bruto uitkering. De UWV stelt uw dagloon vast.

Met de rekenhulp ziet u ongeveer hoeveel bruto WW u per maand krijgt, en hoe lang. U vult uw loon in van het jaar voordat u werkloos werd. De rekenhulp volgt de Werkloosheidswet. De echte hoogte van uw WW stelt de UWV vast.

Zo wordt de WW berekend

  1. Dagloon. Uw dagloon is 1/261 deel van het loon dat u in een jaar verdiende. Dat jaar eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak vóór het tijdvak waarin u werkloos werd. De UWV rekent met uw sv-loon (loon voor de sociale verzekeringen). Uw vakantiegeld telt mee: de UWV rekent met het vakantiegeld dat u in dat jaar hebt opgebouwd. Kreeg u niet het hele jaar loon? Dan deelt de UWV uw sv-loon door het aantal werkdagen van de maanden waarin u loon kreeg.
  2. Maximum. Is uw dagloon hoger dan het maximumdagloon, dan rekent de UWV met het maximumdagloon. Sinds 1 juli 2026 is dat € 309,91. Van 1 januari 2026 tot die datum was het € 304,25.
  3. WW-maandloon. Voor een hele maand is uw WW-maandloon 21,75 keer uw dagloon.
  4. Uitkering. De eerste 2 maanden krijgt u 75% van uw WW-maandloon. Daarna krijgt u 70%.

Vakantiegeld. Het dagloon is inclusief vakantiegeld. De bedragen van de rekenhulp zijn daarom met vakantiegeld. Het vakantiegeld is 8% van uw uitkering. De UWV betaalt het apart uit, bijna altijd op een andere dag dan uw uitkering; bij de meeste uitkeringen in mei.

Voorbeeld. Uw sv-loon was € 41.760 over een heel jaar. Uw dagloon is dan € 160 en uw WW-maandloon € 3.480. De eerste 2 maanden krijgt u € 2.610 bruto per maand, daarna € 2.436.

De hoogste WW-uitkering

Verdiende u meer dan € 80.886,51 per jaar, dan is uw dagloon hoger dan het maximumdagloon. U krijgt dan de hoogste WW-uitkering. Sinds 1 juli 2026 is die:

Periode Bruto per maand
Eerste 2 maanden (75%) € 5.055,41
Daarna (70%) € 4.718,38

In deze bedragen zit het vakantiegeld. Een jaar eerder, vanaf 1 juli 2025, waren de bedragen € 4.858,19 en € 4.534,31. Alle bedragen per jaar staan bij maximumdagloon en bedragen per jaar.

Inkomsten naast de WW

Hebt u naast uw WW inkomsten, bijvoorbeeld uit een baan? Dan gaat een deel daarvan van uw uitkering af. Volgens de Rijksoverheid wordt 70% van uw inkomsten verrekend en houdt u 30% zelf. Volgens de formule in artikel 47 van de wet gaat er in de eerste 2 maanden 75% van uw inkomsten af, en daarna 70%. Verdient u meer dan 87,5% van uw WW-maandloon, dan stopt uw WW.

De hoogte van uw WW hangt niet af van het inkomen van uw partner of andere gezinsleden, en ook niet van uw vermogen. Is uw inkomen lager dan het sociaal minimum? Dan kunt u misschien een toeslag krijgen. Die vraagt u aan bij de UWV.

Wat de rekenhulp niet doet

De uitkomst is een schatting. Over uw eigen uitkering beslist de UWV.